De ILT heeft het Inspectieprogramma Vlaggenstaattoezicht ontwikkeld voor het toezicht op de Nederlandse koopvaardijvloot. Het toezicht op de klassenbureaus is tevens onderdeel van het vlaggenstaattoezicht maar heeft een separaat inspectieprogramma.

Doelen Inspectieprogramma Vlaggenstaattoezicht

Het Inspectieprogramma Vlaggenstaattoezicht draagt bij aan het behalen van de volgende doelstellingen:

  • zicht op het totaal van (de naleving van) veiligheid en milieu in het domein Koopvaardij
  • nakomen verplichtingen door ondertoezichtstaande
  • voldoen aan de vlaggenstaat verplichtingen


Onderliggende doelen die hiermee worden beoogd, zijn de volgende:

  • Minder last voor goed en meer last voor slecht presterende scheepsbeheerders
  • Minder slecht en meer goed presterende scheepsbeheerders
  • Minder ongevallen en milieuvervuiling
  • Positief effect op de ranking van Nederland op de ParisMoU white list
  • Verlaging (wereldwijde) inspectiedruk op de Nederlandse schepen

Types inspecties

Het inspectieprogramma bestaat uit drie types inspecties:

1. Reguliere handhavingsinspecties op schepen, geïnitieerd op basis van de prestatie van de scheepsbeheerder of op basis van signalen (klachten, meldingen, ongevallen, etc.). Een schip wordt voor een inspectie geselecteerd op grond van:

  a. Één of meerdere signalen.
  b. Een vastgestelde selectiemethodiek op basis van de prestatie van de scheepsbeheerder (Company Performance). Dit leidt tot:
       • in combinatie met ’Inspectie Scheepsbeheerder’, verscherpt toezicht op alle ’Very Low’ presterende scheepsbeheerders;
       • het inspecteren van alle schepen van ’Low’ presterende scheepsbeheerders;
       • steekproeven bij ’Medium en High’ presterende scheepsbeheerders;
       • toezicht op de Nederlandse scheepsbeheerders waarvan geen Company Performance bekend is (blinde vlek);
       • binnen dit type inspectie worden, op basis van door de ILT vastgestelde risico’s, thema inspecties uitgevoerd.


2. Inspecties scheepsbeheerder gericht op zeer slecht presterende scheepsbeheerders en in combinatie met reguliere handhavingsinspecties op schepen.
 
3. Verplichte handhavingsinspecties op schepen: inspecties waaraan bepaalde categorieën schepen vanuit een wettelijke bepaling verplicht periodiek onderhevig zijn en waarmee de naleving van de betrokken wetgeving wordt geverifieerd.

Selectie te inspecteren schepen

Een schip wordt voor een inspectie geselecteerd op grond van:

Één of meerdere signalen of klachten zoals:

  • Het schip is in het buitenland aangehouden.
  • Er heeft een ongeval of incident plaatsgevonden.
  • Er zijn klachten of meldingen ontvangen, inclusief klachten op grond van het Maritiem Arbeidsverdrag (Maritime Labour Convention, MLC).

Een vastgestelde selectiemethodiek op basis van de prestatie van de scheepsbeheerder (Company Performance). Het toezicht op de Nederlandse scheepsbeheerders bestaat hierbij uit:
1. Toezicht op de Nederlandse scheepsbeheerders waarvan de 'Company Performance' bekend is:
    o Verscherpt toezicht op alle ‘Low en Very Low’ presterende scheepsbeheerders
    o Steekproeven bij ‘Medium en High’ presterende scheepsbeheerders
2. Toezicht op de Nederlandse scheepsbeheerders waarvan geen 'Company Performance' bekend is
Om het toezicht effectief in te richten is ervoor gekozen om meer te focussen op de prestatie van de scheepsbeheerder (in plaats van op het schip). Het toezicht is risicogestuurd ingericht, waarbij een verschuiving plaatsvindt naar systeemtoezicht. Zo richt het toezicht bij slecht presterende scheepsbeheerders zich op de werking van het systeem van de scheepsbeheerder. Daarnaast is de gehele vloot aan een steekproef onderhevig om zo continue de hoge prestaties van de Nederlandse vloot te waarborgen.

Convenantpartners

Scheepsbeheerders die een convenant hebben afgesloten met de ILT vallen buiten de scope van dit inspectieprogramma, aangezien in het convenant separate afspraken zijn vastgelegd over inspecties en informatieverstrekking.

Interventies door de ILT

Het kiezen van de juiste interventie behoort tot het vakmanschap van de ILT-inspecteur. Hierbij is hij/zij gebonden aan het volgende  ILT-brede interventiekader:

  • wet- en regelgeving
  • algemene beginselen van behoorlijk bestuur
  • toepassing van het ILT-Interventiebeleid uitgewerkt in de ILT-Interventieladder.

Daar waar de inspecteur een ongewenste situatie of afwijking van de regelgeving constateert, maakt de inspecteur gebruik van zijn/haar bevoegdheden om de naleving te stimuleren of af te dwingen en de situatie te herstellen. Hij/zij doet dit zacht waar het kan, en hard waar het moet. Hiervoor heeft hij/zij verschillende – bestuursrechtelijke en strafrechtelijke - interventiemogelijkheden tot zijn/haar beschikking. Deze interventiemogelijkheden kunnen preventief, correctief, repressief, punitief en reputatief van aard zijn en dienen daarmee verschillende doelen: voorkomen van overtredingen, herstellen of bestraffen.