Administratiecontrole bij touringcarondernemingen

De Inspectie Leefomgeving en Transport controleert in Nederland alle touringcarbedrijven in het geregeld (openbaar) en ongeregeld (besloten) busvervoer. Jaarlijks selecteert de inspectie een aantal bedrijven voor een administratiecontrole (bedrijfsinspectie).

Deze controles worden uitgevoerd op basis van interne en externe signalen. Interne signalen zijn onder meer onze eigen risicoprofielen, of de vaststelling dat een onderneming regelmatig de rij- en rusttijden overschrijdt. Externe signalen zijn met name klachten van externen.

De inspectie kondigt het onderzoek door de inspecteur per brief aan bij de touringcarondernemer. Worden er overtredingen geconstateerd, dan heeft dat een preventief of repressief vervolg. Ook taxibedrijven met een vergunning voor collectief personenvervoer (bus) kunnen een (gecombineerde) administratiecontrole krijgen.

Procedure bij administratiecontrole

De inspecteur bezoekt het bedrijf en stelt vast welke periode representatief is voor de onderneming. Hij vraagt gegevens op uit die periode, zoals soorten vervoer, aantal bussen en aantal chauffeurs en arbeidstijden. Deze informatie wordt gecompleteerd met gegevens van de onderneming die al bekend zijn bij de ILT.

De inspecteur richt zich tijdens de controle op de volgende zaken:

  • naleving van de regels voor arbeids-, rij en rusttijden
  • vereiste vergunningen
  • geldigheid geneeskundige verklaringen, rijbewijzen en chauffeursdiploma's
  • bezit en gebruik van bestuurderskaarten
  • dienstverbanden en evt. andere werkgevers
  • eisen van vakbekwaamheid van bedrijfsleiding
  • APK van de voertuigen
  • tachograafkeuringen

Maatregelen na administratiecontrole

Na een administratiecontrole zijn er drie mogelijkheden:

  • Geen of kleine inbreuken (overtredingen). Het onderzoek wordt afgesloten en de onderneming wordt na drie jaar weer bezocht, tenzij er aanleiding is (signalen/klachten) voor eerdere inspectie.
  • Meerdere overtredingen (kleine of belangrijke inbreuken) maar binnen een bepaald maximum. Er wordt een  'preventieplan' opgesteld. Hierin wordt vastgelegd dat er bij het volgende onderzoek geen of minder (heel) belangrijke inbreuken / overtredingen meer mogen zijn. Het vervolgonderzoek vindt binnen een jaar plaats.
  • Heel belangrijke inbreuken. Er wordt een boeterapport opgemaakt en er volgt nieuw onderzoek. Het vervolgonderzoek vindt binnen een jaar plaats.


Eenmaal geconstateerde overtredingen mogen niet meer voorkomen tijdens vervolgonderzoeken. Als dat wel zo is, volgt een boeterapport. Er wordt altijd een inspectieverslag opgemaakt.