Zonnepanelen van anderen op corporatiedaken en recht van opstal

Als zonnepanelen van anderen op corporatiedaken worden geplaatst, is het raadzaam het recht van opstal te vestigen.

Via het opstalrecht worden de zonnepanelen te naam gesteld van de investeerder die deze aanbrengt. Daarmee zijn de panelen een registergoed geworden waarvan duidelijk is wie de eigenaar is. En wie verantwoordelijk is voor de panelen. Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn bij eventuele schade aan de woningen door de installatie van panelen, waarvoor de investeerder aansprakelijk is. Of bij het vervangen van de zonnepanelen na het verstrijken van de levensduur.

Voor de eigenaar geldt dat dit registergoed makkelijker kan worden gefinancierd door een lening met hypothecaire zekerheid. De financiering door de woningcorporatie van panelen die in eigendom zijn van een ander is niet toegestaan. Het vestigen van een recht van opstal verhindert ook dat de corporatie door natrekking[1] onbedoeld eigenaar wordt.

Voor het vestigen van een recht van opstal moet normaliter goedkeuring worden aangevraagd bij de minister (artikel 27 van de woningwet). In het Btiv (artikel 24g) en het Rtiv (artikel 12) worden echter uitzonderingen gemaakt, waaronder voor het recht van opstal voor het aanleggen van zonnepanelen.

[1] Natrekking is een vorm van eigendomsverkrijging en eigendomsverlies. Wordt een zaak  (zonnepaneel) bestanddeel van een andere zaak (de hoofdzaak, de woning), dan gaat de eigendom ervan teniet. De zaak verliest haar zelfstandigheid; zij houdt op te bestaan