Relevante wetgeving

Overzicht van relevante wetgeving over duurzaamheid in relatie tot woningcorporaties.

Het gebied van de Volkshuisvesting

WW art 45 2 c

aan bewoners van voor permanent verblijf bedoelde woongelegenheden en aan leden van wooncoöperaties aan welke zij zodanige woongelegenheden heeft vervreemd, verlenen van diensten die rechtstreeks verband houden met de bewoning, en, aan personen die haar te kennen geven een zodanige woongelegenheid te willen betrekken, verlenen van diensten die rechtstreeks verband houden met hun huisvesting.

WW art 45 4 b

Zij worden verricht op bebouwde grond.

Het Btiv geeft hierop in de volgende punten een nadere toelichting:

Btiv art 47 1 b

Tot diensten als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel c, van de wet behoren niet:

b. diensten die door nutsbedrijven kunnen worden geleverd, voor zover die levering niet geschiedt met gebruikmaking van een in of nabij de woongelegenheid aanwezige voorziening;

Recht van opstal

WW art 27 1a

1.   Aan de goedkeuring van Onze Minister, op een daartoe strekkend verzoek van de toegelaten instelling, zijn, behoudens in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen, onderworpen de besluiten van het bestuur omtrent:

a.   het vervreemden van onroerende zaken en hun onroerende en infrastructurele aanhorigheden van de toegelaten instelling, het daarop vestigen van een recht van erfpacht, opstal of vruchtgebruik, en het overdragen van de economische eigendom daarvan;

Btiv art 24 g

De goedkeuring, bedoeld in artikel 27, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet, is niet vereist, voor zover het betrokken besluit van het bestuur betreft:

g.   de vestiging van een recht van opstal of vruchtgebruik op een woongelegenheid of op een zaak die zich in of nabij een woongelegenheid bevindt, in bij ministeriële regeling bepaalde gevallen.

Rtiv art. 12

De gevallen, bedoeld in artikel 24, onderdeel g, van het besluit, betreffen het vestigen van een recht van opstal op een woongelegenheid of op een zaak die zich in of nabij een woongelegenheid bevindt, ten behoeve van het plaatsen van:

a.   een antenne-installatie ten behoeve van mobiele telecommunicatie;
b.   een installatie ten behoeve van de opwekking van elektriciteit door middel van zonne-energie;
c.   een constructie ten behoeve van de bevestiging van reclame-uitingen;
d.   een installatie ten behoeve van warmte- of koudeopslag;
e.   een installatie ten behoeve van collectieve verwarming;
f.    een installatie ten behoeve van een nutsvoorziening.

Plaatsen van zonnepanelen

Het plaatsen van zonnepanelen valt onder “het verlenen van diensten die rechtstreeks verband houden met de bewoning, (Woningwet artikel 45(2), sub c).  

In art. 47 lid 2 Btiv staat dat: “Diensten als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel c, van de wet mogen uitsluitend worden geleverd aan:

a.    Bewoners van eigen woongelegenheden;
b.    Bewoners van woongelegenheden van een t.i.;
c.    Leden VVE als bedoeld in 112.1 BW;
d.    Bewoners van woongelegenheden die bouwkundig een geheel vormen met de eigen woongelegenheden of de woongelegenheden van een toegelaten instelling.”

In de toelichting op art. 47 lid 1 onder b Btiv is verder opgenomen:

Mede in verband met het verduurzamen van de voorraad en het leveren van een bijdrage aan duurzaamheid in het algemeen, mogen toegelaten instellingen voorzieningen aan hun woningen aanbrengen waarmee op een duurzame manier voorzien kan worden in het energiegebruik in de woning (zonnepanelen, grondwarmtepompen, warmte-koude opslaginstallaties e.d.). Dit mag ook als deze in, op of aan gebouwen zijn aangebracht in de buurt van het woningbezit, op voorwaarde dat deze voorzieningen uitsluitend ten goede komen aan de eigen huurders van de desbetreffende woningen. Dat type voorzieningen wordt beschouwd als onderdeel van de infrastructuur van een woning. Het is ook toegestaan dat een toegelaten instelling huurders die dat zelf willen, ondersteunt bij het installeren van duurzame voorzieningen en de kosten verrekent via de servicekosten. Toegelaten instellingen mogen niet treden in energieleveranties aan derde partijen. Wel is het toegelaten instellingen toegestaan, net als particuliere eigenaren van woningen en gebouwen, energie van bijvoorbeeld op de woning of het gebouw geplaatste zonnepanelen terug te leveren aan het energienet. Ook wordt ruimte geboden voor energieleveranties bij gemengde complexen, indien de toegelaten instelling bijvoorbeeld een deel van de woningen heeft verkocht aan voormalige huurders.

Wet belastingen op milieugrondslag

1 Het tarief voor elektriciteit, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, wordt voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid dat niet hoger is dan 10.000 kWh verlaagd tot nihil voor zover de elektriciteit in het kader van een daartoe met een aangewezen coöperatie gesloten overeenkomst wordt geleverd aan een lid van die coöperatie via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3x80A.

2 De verlaging, bedoeld in het eerste lid, is slechts van toepassing voor de via de aansluiting geleverde elektriciteit, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

a. de coöperatie heeft in de voor het lid van de coöperatie geldende verbruiksperiode ten minste eenzelfde hoeveelheid door haar opgewekte elektriciteit toegerekend aan dat lid van de coöperatie als de hoeveelheid in die verbruiksperiode geleverde elektriciteit waarvoor de verlaging wordt toegepast;

b. de door de coöperatie opgewekte elektriciteit, bedoeld in onderdeel a, is opgewekt met behulp van een productie-installatie die juridisch en economisch eigendom is van de coöperatie;

c. de productie-installatie, bedoeld in onderdeel b, wordt uitsluitend gebruikt voor de opwekking van elektriciteit door middel van hernieuwbare energiebronnen;

d. zowel de aansluiting via welke de elektriciteit aan het lid wordt geleverd als de aansluiting van de productie-installatie, bedoeld in onderdeel b, bevindt zich in een op verzoek van de coöperatie bij de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, vast te stellen postcodegebied; en

e. noch ter zake van de opwekking van de elektriciteit door de coöperatie, noch ter zake van de daartoe gebruikte productie-installatie, is of wordt van rijkswege een financiële tegemoetkoming of subsidie verstrekt.

3 Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de aanwijzing en de wijziging of intrekking van de aanwijzing van een coöperatie als bedoeld in het eerste lid. Coöperaties waarvan een of meer leden ondernemer zijn in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968, komen niet voor aanwijzing in aanmerking indien een dergelijk lid middellijk of onmiddellijk voor meer dan 20% in de coöperatie deelneemt.

4 Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld waaronder de verlaging, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast.

5 Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.