Beleidsvoornemens BZK

De woningwet wordt in de 1e helft van 2019 geëvalueerd. In dat kader worden ook beleidsvoornemens uitgewerkt die naar verwachting leiden tot wijzigingen in de regelgeving over duurzaamheid.

Gezien de grote opgave is het niet wenselijk dat de Woningwet corporaties onnodig belemmert in de verduurzaming. Daarom wordt de regelgeving met betrekking tot verduurzaming verduidelijkt en op verschillende onderdelen aangepast. Daarbij blijft het uitgangspunt dat de verduurzamingsactiviteiten van corporaties verband moeten hebben met het eigen bezit en dat de corporatie niet de risico’s en verantwoordelijkheden van eigenaar-bewoners op zich moeten nemen. Ook moeten de risico’s die met activiteiten worden aangegaan proportioneel zijn. Het is dus niet de bedoeling dat corporaties investeren in, of deelnemen aan, grootschalige duurzaamheidsprojecten, zoals windmolenparken op zee of zonneparken in het weiland. Binnen deze principes en het taakveld van corporaties, is het voornemen de onderstaande aanpassingen te  doen:

  • Corporaties kunnen hun kennis, inkoop- en organisatiekracht breder inzetten voor een door de gemeente gecoördineerde wijkgerichte aanpak. Corporaties dragen niet de kosten voor andere eigenaren.
  • Corporaties mogen na wijziging aan het eigen bezit dezelfde investeringen doen als andere vastgoedeigenaren. Dit beperkt zich tot de eigen gebouwen en bijbehorende grond. Onbebouwde grond hoort hier niet bij. 
  • In situaties waarin corporatiebezit een bouwkundig geheel vormt met woningen van andere eigenaren, kunnen zij worden verleid om te verduurzamen door mee te kunnen profiteren van de kennis, inkoop- en organisatiekracht van corporaties. De corporatie mag daarbij ook 'overheadkosten' dragen, zoals de kosten die samenhangen met een algemene vergunningsaanvraag of proceskosten die worden gemaakt bij de aanbesteding van het traject. Eigenaren dragen zelf de overige kosten, zoals arbeid en materiaal.
  • Vanuit de Woningwet zal geen belemmering worden opgelegd om stroom terug te leveren aan het net en besparingen indirect ten goede te laten komen aan de huurder. Mocht blijken dat andere regelgeving wel knellend is, dan zal dit in het kader van het Klimaatakkoord nader worden bekeken.

De bovenstaande beleidsvoornemens worden in de loop van 2019 verder uitgewerkt naar een herziening van de Woningwet en onderliggende regelgeving. De minister streeft ernaar het wetsvoorstel met de verduurzamingsmaatregelen begin 2020 naar de Kamer te sturen. De Aw ziet toe op het naleven van de Woningwet door woningcorporaties. De definitieve vormgeving van de wet- en regelgeving kan in de parlementaire behandeling nog wijzigen. Het is daarom niet mogelijk om de Aw hier anticiperend op te laten handelen, dat kan pas na behandeling in de Tweede Kamer.