Algemene uitgangspunten

De verduurzaming door woningcorporaties moet gericht zijn op verduurzaming van het bezit, en niet op de verduurzaming van de energievoorziening.

Dit vloeit voort uit artikel 45 van de woningwet. Dat betekent dat het isoleren van eigen bezit, het installeren van warmtepompen, installatie van warmte-koude opslaginstallaties en het leggen van zonnepanelen mogelijk is. Wel moet dat overwegend in of aan de eigen woningen gebeuren, ten behoeve van de eigen huurders (gemengde complexen uitgezonderd). Hier hoeft geen goedkeuring voor gevraagd te worden.

Wat bijvoorbeeld niet is toegestaan, is het creƫren van een solarpark op grond die niet in de directe nabijheid van het woningbezit ligt. De woningwet wil branchevreemde activiteiten beperken. Het is niet de doelstelling van woningcorporaties om zich te ontwikkelen tot energieleverancier.

Woningcorporaties kunnen ook een meer actieve rol spelen in het lokaal overleg over verduurzaming van de energievoorziening. Het voeren van de regie over een dergelijk lokaal overleg is echter primair een taak van de gemeente.

Soms worden de energetische verbeteringen niet alleen in of aan de eigen woningen aangebracht, zoals bijvoorbeeld bij gemengde complexen. Dit kan alleen als deze complexen worden beheerd vanuit een Vereniging van Eigenaren. In dat geval kan de corporatie naar rato van zijn bezit in de VvE participeren. Een voorbeeld hiervan zijn zonnepanelen op andermans dak of in samenwerking met anderen, zoals met behulp van de fiscale Regeling Verlaagd Tarief (ook bekend als de Postcoderoos Regeling).