Meldingen

Exploitanten van buisleidingen kunnen 2 soorten meldingen doen bij de ILT:
 
• meldingen over incidenten die spoed hebben
• meldingen van veranderingen aan of het blijvend buiten gebruik stellen van buisleidingen

Melden spoedeisende incidenten

Incidenten of ongewone voorvallen die spoedeisend zijn, moet u onmiddellijk melden bij de ILT. U kunt bellen naar: 088 489 00 00.

Spoedeisend
Spoedeisend zijn incidenten of ongewone voorvallen met een direct risico voor mens en/of milieu. Deze vallen in de categorie ongeval of ernstig incident. De criteria van ‘ongeval’ (categorie 1) en ‘ernstig incident’ (categorie 2) zijn opgenomen in de NEN3655:2020. De meldplicht staat in artikel 10 Bevb en volgt de werkwijze van hoofdstuk 17 Wm. Is er een spoedmelding voor buisleidingen die onder het Bevb én de Mijnbouwwet valt? Dan doet u 1 melding aan de ILT of 1 melding aan het SodM (art.100 Mijnbouwbesluit). Alle overige incidenten, ook inbreuk door derden (‘third party interference’) zonder een ongeval of ernstig incident, vallen onder categorie 3.

Hierna neemt de ILT contact met u op.

Melden wijziging of buitengebruikstelling

Verandert u de ligging en/of het gebruik (zoals tracé, druk, temperatuur, soort stof) van een buisleiding? Of stelt u een buisleiding buiten gebruik? Dan meldt u dit zo snel mogelijk bij de ILT.  In elk geval direct nadat de aanpassingen gereed zijn. Deze melding mailt u aan: bevb@ilent.nl.

De exploitant moet de informatie op de risicokaart aanpassen. De exploitant kan de informatie in de risicokaart aanpassen voor een:

• enkele nieuwe leiding (artikel 15 Registratiebesluit);
• verandering (wijziging van data; artikel 8 en 9 Bevb) van een bestaande leiding.

Exploitanten nemen hiervoor contact op met: lbo@risicokaart.nl

Geen jaarlijkse melding incidenten meer naar de ILT nodig

Vanaf 2019 hoeft een exploitant geen jaarlijks overzicht van incidenten te melden bij de ILT. De brancheorganisatie Velin maakt jaarlijks een overzicht van gemelde incidenten. Velin deelt deze rapportage met de ILT. Wanneer de informatie hiervoor aanleiding geeft, brengen de toezichthouder, bedrijven en de branche verbeteringen aan.