Certificaatplicht per 1 januari 2019

Vanaf 1 januari 2019 geldt een nieuwe certificaatplicht voor:

  • drijvende werktuigen ongeacht de lengte,
  • pleziervaartuigen van 20 meter lengte of langer, of van 100 m3 (lengte x breedte x diepgang) of meer.

Werkwijze bij het certificeren van pleziervaartuigen of drijvende werktuigen

Voordat het onderzoek kan worden gestart moet een aanvraag worden ingediend.
De aanvraag voor een certificaat kunt u indienen bij één van de certificerende instanties.
Nadat de aanvraag is ingediend en bevestigd kunnen er afspraken voor het onderzoek worden gemaakt
De voorwaarden waaraan moet worden voldaan is afhankelijk of het pleziervaartuig of drijvend werktuig in de vaart was vóór of na 2009.

In de vaart voor 2009

Voor pleziervaartuigen of drijvende werktuigen in de vaart vóór 2009 wordt een certificaat afgegeven als na onderzoek vastgesteld wordt dat er geen sprake is van 'klaarblijkelijk gevaar'. Als alles in orde is wordt het certificaat afgegeven.

Klaarblijkelijk gevaar
Bij het onderzoek tot certificeren is het uitgangspunt: een pleziervaartuig of drijvend werktuig in de vaart vóór 2009 zal na 2009 niet ineens een gevaar zijn.
Om vast te stellen of er geen sprake is van klaarblijkelijk gevaar moet een expert van een door de ILT aangewezen certificerende instelling het schip onderzoeken.

Klaarblijkelijk gevaar kan onder andere voorkomen bij:

  • Cascosterkte en huiddikte.
  •  Stuurwerk en stuurmachine (incl. stuurautomaat indien aanwezig)
  •  Vrij zicht
  •  Ankerinrichting (operationeel)
  •  AIS en Marifoonverbinding/bediening
  •  Gasinstallatie (indien aanwezig)
  •  Brandveiligheid (handblussers en indien aanwezig vast blusinstallatie)
  •  Reddingsmiddelen
  •  Manoeuvreereigenschappen. Kunnen met een proefvaart worden aangetoond.
  •  Achterstallig of matig onderhoud.

Stabiliteit
Voor vaartuigen die nieuw onder de Richtlijn 2006/87/EG vallen is het begrip 'geen klaarblijkelijk gevaar' niet van toepassing voor stabiliteit. De stabiliteit van vaartuigen met hef en/of hijswerktuigen moet ten allen tijden voldoen aan de vigerende voorschriften.

Om nog gebruik te kunnen maken van alleen een toets op klaarblijkelijk gevaar moet uw aanvraag op tijd zijn ingediend en bevestigd.
De aanvraag voor het certificaat moet uiterlijk vóór 1 november 2018 bij de certificerende instelling ingediend zijn.

Waarom vóór 1 november 2018

De keuringsinstantie moet binnen 8 weken een beslissing nemen op de aanvraag voor een certificaat. Dat staat in de Algemene wet bestuursrecht.
De aanvraag moet daardoor 8 weken voor 1 januari 2019 binnen zijn bij de keuringsinstantie. Dat is voor 1 november 2018.
Kan de keuringsinstantie niet voor 1 januari 2019 de certificaten afgeven, dan spreekt de keuringsinstantie met u een andere termijn af. U ontvangt daarvan een verklaring.

De technische eisen die op de datum van de aanvraag gelden, zijn bepalend. De nieuwe, vaak zwaardere, technische eisen zijn niet van toepassing wanneer de aanvraag voor 1 november 2018 is ontvangen.

Voorkom een boete bij controle
U krijgt geen boete wanneer u bij controle de aanvraag voor uw certificaat voor 1 november 2018 heeft ingediend. Ook niet als de controle na 1 januari 2019 plaatsvindt. U moet wel de verklaring van de aanvraag kunnen laten zien. Ook  de datum waarop de certificering is gepland moet getoond worden.

Geen certificaat of verklaring betekent vanaf 1 januari 2019 een overtreding.
De ILT, de Politie, Rijkswaterstaat en lokale toezichthouders op het water kunnen afhankelijk van de situatie een waarschuwing geven, een boete (€1.250) opleggen of het vaartuig stilleggen.

In de vaart na 2009

Voor pleziervaartuigen of drijvende werktuigen in de vaart na 2009 wordt een certificaat afgegeven als na onderzoek vastgesteld wordt dat is voldaan aan de voorschriften van het ROSR 1995 en bijlage II, de Richtlijn 2006/87/EG of vanaf oktober 2018 aan Bijlage II van de ES-TRIN. Als alles in orde is wordt het certificaat afgegeven.

Kleine drijvende werktuigen

De Regeling kleine drijvende werktuigen stelt lichtere eisen dan  voorgeschreven in de ES-trin voor drijvende werktuigen die werkzaamheden uitvoeren op wateren van zone 4 binnen Nederland waarvan:

  a.   de lengte minder dan 20 meter bedraagt,
  b.   het volume, berekend uit het product lengte (L) x breedte (B) x diepte (D) minder dan 100 m3 bedraagt, en
  c.   de kiel niet voor 30 december 2008 is gelegd


De bovenstaande eisen, ook de lichtere eisen voor drijvende werkvaartuigen, zijn veel zwaardere eisen dan alleen een toets op klaarblijkelijk gevaar.

Waar binnenvaartcertificaten aanvragen

Binnenvaartcertificaten zoals het CVO en CBB kunnen worden aangevraagd bij gemandateerde klassenbureaus en keuringsinstanties.

Zie ook

Hoort bij