Toezicht op airconditioningsystemen

Het Besluit energieprestatie gebouwen en de Regeling energieprestatie gebouwen zijn met ingang van 1 december 2013 aangepast. Deze wijzigingen (gepubliceerd in Staatsblad 2013 nr. 469 en nr. 32499 van 29 november 2013) hebben betrekking op de invoering van een verplichte vijfjaarlijkse keuring van airconditioningsystemen.

De keuring is een verplichting op grond van Europese regelgeving op het gebied van de energieprestatie van gebouwen (EPBD).

In de toelichting op de gewijzigde regeling is vastgelegd dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) namens de minister voor Wonen en Rijksdienst zal zorgen voor het toezicht en de handhaving.

Op de internetsite van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is een toelichting op de gewijzigde regeling geplaats.

Uitvoering toezicht

De ILT controleert de volgende zaken:

  • Is het aircosysteem tijdig is gekeurd?
  • Is dit gedaan door een deskundige, die in het bezit is van een geldig diploma?

De ILT voert de inspectie uit door middel van het toezenden van een vragenlijst aan eigenaren van verblijfsobjecten (gebouwen), waarvan wordt verwacht dat daar een airconditioningsysteem aanwezig is. Een actuele lijst van dergelijke gebouwen wordt door het Kadaster aan de ILT geleverd. De regeling wordt gedifferentieerd ingevoerd. Vanaf 1 januari 2016 worden voor de uitvoering van het toezicht airconditioningsystemen, die op 1 december 2013 langer dan 10 jaar in gebruik zijn, gecontroleerd. In onderstaande tabel is aangegeven voor welke airconditioningsystemen de eerste keuring wanneer uitgevoerd moet zijn. Airconditioningsystemen die (vrijwel) volledig worden gebruikt voor proceskoeling, vallen niet onder de keuringsverplichting.

Tabel: Uiterste datum van de eerste EPBD aircokeuring
klasse capaciteit/leeftijd < 5 jaar > 5 jaar en < 10 jaar > 10 jaar
klasse 1  > 15 kW < of = 45 kW 30-06-2016 31-12-2015 31-12-2014
klasse 2 > 45 kW en < of = 270 kW 30-06-2016 31-12-2015 30-06-2015
klasse 3 > 270 kW 30-06-2016 31-12-2015 30-06-2015

In de vragenlijst geeft de eigenaar aan of:

  • een airconditioningsysteem van de klasse 1, 2 of 3 in het gebouw aanwezig is
  • het airconditioningsysteem op 1 december 2013 langer dan 5 jaar in gebruik is
  • het airconditioningsysteem de laatste 5 jaar is gekeurd
  • de keuring is uitgevoerd door een deskundige in het bezit van diploma EPDD A–airconditioningsystemen en/of EPBD B-airconditioningsystemen (het keuringsrapport dient opgesteld te zijn conform bijlage VI bij artikel 7c van de Regeling energieprestatie gebouwen). 

De eigenaar stuurt de ingevulde en ondertekende vragenlijst samen met een kopie van het keuringsrapport binnen 4 weken retour aan de ILT.

Medewerking aan de uitvoering van het toezicht is op grond van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verplicht.

Als de gevraagde gegevens niet binnen die termijn zijn ontvangen, wordt door de ILT telefonisch contact met de eigenaar opgenomen om hem op zijn verplichting tot medewerking te attenderen. Gelijktijdig worden de gegevens schriftelijk gevorderd. Indien de gegevens daarna niet binnen 14 dagen alsnog worden verstrekt, wordt een sanctietraject opgestart.

Huurder/gebruiker

Als een eigenaar aangeeft dat het onderhoud van het airconditioningsysteem een verantwoordelijkheid is van de huurder/gebruiker van het pand, moet dat door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst (bijv. een huurcontract) worden aangetoond. Als uit die overeenkomst blijkt dat het onderhoud een verantwoordelijkheid van de huurder/gebruiker is, zal de vragenlijst door de ILT ter beantwoording aan de huurder worden gezonden. Ook de huurder is in een dergelijk geval verplicht tot medewerking aan de uitvoering van het toezicht.

Beoordeling

Na ontvangst van de vragenlijst en de bijbehorende stukken wordt door de ILT beoordeeld of geheel is voldaan aan de eerdergenoemde verplichtingen die voortvloeien uit de regeling. Indien dat het geval is, ontvangt de eigenaar of de huurder/gebruiker hiervan schriftelijk bericht. Als niet (geheel) aan de verplichtingen is voldaan, wordt door de ILT een sanctietraject gestart, waarbij een last onder dwangsom kan worden opgelegd.

Bij twijfel over de aangeleverde gegevens zal de ILT incidenteel op locatie inspecteren.