Verantwoording scheiding DAEB/niet-DAEB in de jaarrekening

24-1-2019 Sinds vorig jaar moeten woningcorporaties hun commerciële (niet-DAEB) activiteiten gescheiden hebben van hun sociale (DAEB) werkzaamheden. De corporatie kon daarbij kiezen voor een administratieve, juridische of hybride scheiding, of voor verlicht regime. Corporaties zijn vanaf 1 januari 2018 verder gegaan met hun gescheiden bedrijfsvoering in DAEB en niet-DAEB.

In de jaarrekening 2017 hebben corporaties hun gescheiden balans per 1/1/2018 verantwoord in ‘overige gegevens’. Deze gegevens zijn ook opgenomen in de dVi2017. De balanspositie per 1/1/2017 voor de DAEB en de niet-DAEB-tak, vormt de basis voor de bepaling van de positie per 1/1/2018.

Uit de controle op de ingediende gegevens dVi2017 blijkt dat bij diverse corporaties de overzichten bij ‘overige gegevens’ van de jaarrekening niet geheel correct zijn. Hieronder lichten we een aantal van de punten die we zijn tegengekomen nader toe, zodat u daar bij de jaarrekening 2018 rekening mee kunt houden:

  • Onjuist bepalen van de interne lening
  • Onjuist bepalen of niet opnemen van de netto vermogenswaarde in de DAEB balans
  • Onjuist bepalen van de liquide middelen
  • Onjuist bepalen van het eigen vermogen DAEB-balans

Onjuist bepalen van de interne lening
De interne lening moet overeenkomen met de interne lening zoals opgenomen in het besluit “Definitief scheidingsvoorstel DAEB/niet-DAEB”. Hierbij moet rekening worden gehouden met de eventuele aflossingen. Als in het kasstroomoverzicht een aflossing op de interne lening is verwerkt, moet ook het saldo van de interne lening op de balans gemuteerd worden.

Onjuist bepalen of niet opnemen van de netto vermogenswaarde in de DAEB balans
Een aantal corporaties heeft het eigen vermogen in de DAEB-balans onjuist bepaald. Zij hebben ervoor gekozen om de netto vermogenswaarde aan de activazijde van de balans niet op te nemen, of een onjuist bedrag op te nemen om de balans in evenwicht te krijgen. Als gevolg hiervan is de niet-DAEB tak onjuist gewaardeerd in de DAEB-balans.

Onjuist bepalen van de liquide middelen
De corporatie is zelf verantwoordelijk voor het inrichten van haar administratie. De keuze om een aparte bankrekening te openen is dus ook een keuze die de corporatie zelf moet maken. Van belang is dat de corporatie voldoende beheersmaatregelen treft om de administratieve scheiding effectief door te voeren.

Uit de ingediende gegevens dVi2017 is gebleken dat diverse corporaties die geen aparte bankrekeningen hebben, de stand van de liquide middelen onjuist hebben bepaald. Hierbij is onder andere gekozen om de waarde van de liquide middelen in de niet-DAEB tak op 0 (nul) te zetten en vervolgens middels een rekening courant positie het saldo te corrigeren. Als geen aparte bankrekening is geopend moet fictief een liquiditeit bepaald te worden om de liquiditeitspositie te bepalen. Het is niet de bedoeling dat er rekening courant posities gecreëerd worden tussen de verschillende takken. Een vordering van de DAEB-tak op de niet-DAEB tak is zelfs niet toegestaan. Bij een administratieve scheiding zullen niet alle mutaties direct via het kasstroomoverzicht van de afzonderlijke takken lopen.

Twee voorbeelden:

1. Zowel de DAEB tak als niet-DAEB tak hebben afzonderlijke bankrekeningen. Alle mutaties voor de afzonderlijke takken lopen via deze rekeningen. Dit leidt in de balansen van de afzonderlijke takken, tot een liquide middelenpositie die gelijk is aan de bankrekening, rekening houdend met het credit saldo. De bankrekeningen van de beide takken samen tonen het liquide middelensaldo van de corporatie (toegelaten instelling).

2. De corporatie heeft geen aparte bankrekening voor de afzonderlijke takken. Hierbij kan gekozen worden voor subrekeningen voor de afzonderlijke takken. Stel: de corporatie ontvangt een factuur voor onderhoud en deze factuur heeft betrekking op zowel DAEB als niet-DAEB onderhoudsuitgaven. Dan moet het deel van DAEB ten laste van de DAEB-tak (subrekening) geboekt te worden en het deel niet-DAEB ten laste van de niet-DAEB tak (subrekening). Zowel het saldo van de subrekening DAEB als van de subrekening niet-DAEB zullen hierdoor dalen. In deze situatie zullen de subrekeningen het saldo liquide middelen per tak weergeven en de enige bankrekening toont het totaalsaldo op TI niveau, namelijk de optelsom van de beide subrekeningen.

Onjuist bepalen van het eigen vermogen DAEB-balans
Als het resultaat van de niet-DAEB-tak niet wordt opgenomen in de winst- & verliesrekening van de DAEB–tak, ontstaat hierin een onjuist resultaat. Als gevolg hiervan wordt het eigen vermogen in de DAEB-balans ook onjuist bepaald. De niet-DAEB-tak moet gezien worden als een deelneming van de DAEB-tak. Het resultaat moet dus ook worden meegenomen in de DAEB-tak.

In andere gevallen werd het eigen vermogen van de DAEB-tak bepaald door het eigen vermogen van de TI te verminderen met het eigen vermogen van de niet-DAEB tak. Het is niet de bedoeling om het eigen vermogen van DAEB en niet-DAEB bij elkaar op te tellen om tot het eigen vermogen van de TI te komen. Het resultaat van de niet-DAEB tak moet altijd via de winst- & verliesrekening van de DAEB -tak in het eigen vermogen van de DAEB-balans gemuteerd worden.

Met ingang van de jaarrekening over verslagjaar 2018 geldt dat de naar DAEB en niet-DAEB gescheiden balans en winst-en verliesrekening opgenomen moet worden in de toelichting bij de jaarrekening. Dit geldt ook voor het naar DAEB en niet-DAEB gescheiden kasstroomoverzicht . Het is hierbij van belang dat de positie 1/1/2018 juist is bepaald.

Meer informatie: Veelgestelde vragen implementatie scheiding DAEB/niet-DAEB