Let op: geen overgangsrecht meer voor toestemming niet-DAEB-werkzaamheden

15-8-2018 Voor vrijwel alle niet-DAEB-werkzaamheden moeten woningcorporaties toestemming aanvragen bij de Autoriteit woningcorporaties. We brengen dit nogmaals onder de aandacht, omdat we signalen ontvingen dat corporaties onterecht in de veronderstelling zijn dat ze onder het overgangsrecht vallen.

De kerntaak van woningcorporaties bestaat uit in de Woningwet omschreven ‘diensten van algemeen economisch belang’ (DAEB): sociale huurwoningen en bepaald maatschappelijk vastgoed. Het ontwikkelen van huurwoningen in de vrije sector, koopwoningen en commercieel vastgoed behoort daar niet toe. Het is aan marktpartijen om die taak op te pakken. Desondanks kunnen zich situaties voordoen waarbij woningcorporaties niet-DAEB-werkzaamheden willen ontplooien. Hiervoor is sinds 1 juli 2015 in de meeste gevallen toestemming nodig van de Autoriteit woningcorporaties.

Voor bepaalde werkzaamheden gold destijds een overgangsrecht. De werkzaamheden moesten dan wel vóór 1 juli 2015 (beoogd) zijn aangevangen. Corporaties konden een verzoek doen bij de Aw tot verlenging van de termijn waarbinnen de werkzaamheden moesten zijn begonnen. De Aw kon deze termijn tot uiterlijk 1 juli 2020 verlengen. Verlenging van de termijn is nu niet meer mogelijk.

Als niet vóór 1 juli 2015 is aangevangen en er is geen uitstel gevraagd of verleend, dan beschouwen we die werkzaamheden als nieuwe niet-DAEB-werkzaamheden. De woningcorporatie moet dan alsnog toestemming hiervoor aanvragen bij de Aw.

Relevante wet- en regelgeving

  • Herzieningswet artikel II, tiende lid
  • Btiv artikel 17
  • Rtiv artikel 5