Keuring nieuwe treinen moet beter

Keuring nieuwe treinen moet beter

Bedrijven die als erkende keuringsinstantie nieuwe treinen keuren en certificeren, stellen zich niet onafhankelijk genoeg op tegenover de fabrikanten. Ze voldoen wel aan de wettelijke eis dat ze onafhankelijk en onpartijdig zijn, maar om tijd en geld voor hun opdrachtgevers te besparen maken ze niet altijd de juiste keuzes. Ze nemen te weinig tijd voor audits bij de fabrikant. Ook leggen ze geen onaangekondigde bezoeken af als extra controle. Wel hebben de auditors voldoende vakkennis.
Dat blijkt uit onderzoek door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Staatssecretaris Van Veldhoven (IenW) heeft het ILT-rapport naar de Tweede Kamer gestuurd. Het onderzoek is gedaan naar aanleiding van de parlementaire enquête in 2015 over de hogesnelheidstrein Fyra.

De ILT houdt in Nederland toezicht op de keuring en certificering van nieuwe treinen, locomotieven en wagons. De inspectie doet die keuringen niet zelf; de fabrikant schakelt een commerciële keuringsinstantie in die door de inspectie is beoordeeld en toegelaten. Bij een keuringsinstantie uit het buitenland moet die instantie daar zijn toegelaten. Op basis van de controles door de keuringsinstantie, geeft de ILT vervolgens een vergunning voor de nieuwe treinen.

Te weinig tijd

De audit van een productieproces van een treinfabrikant duurt meestal één dag (bij nieuwe leveranciers twee dagen). Volgens keuringsinstanties kunnen zij moeilijk meer tijd uittrekken vanwege de concurrentie op prijs en de vele andere audits die een fabrikant moet ondergaan. De inspectie vindt de audits te kort; de norm van de internationale organisatie van accrediterende instellingen (IAF) gaat ook uit van meer dan twee dagen. Volgens de inspectie moet in de norm voor de audits niet de tijdsduur maar het doel centraal staan. Verder vindt de inspectie ook onaangekondigde controles tijdens het productieproces nodig voor goede keuringen.

Regels en praktijk

Europese regels voor keuringen van treinen gaan alleen over de basiseisen voor veiligheid en betrouwbaarheid. De regels garanderen niet dat er goed rijdende treinen worden gebouwd; keuringsinstanties zijn bijvoorbeeld niet verplicht ook de afbouwkwaliteit te controleren. Dat betekent niet dat er nu onveilige treinen worden gebouwd. De inspectie constateert dat de NS, als afnemer van treinen, tegenwoordig een uitgebreid en effectief systeem heeft om de kwaliteit van de nieuwe treinen te controleren. De inspectie juicht het toe dat de NS die verantwoordelijkheid heeft genomen, en kijkt of ook andere opdrachtgevers dat doen. Wel pleit de inspectie voor een wettelijke bepaling die de verantwoordelijkheid van opdrachtgevers vastlegt.

Hoort bij