ILT meet opnieuw zwaveluitstoot zeeschepen met kustwachtvliegtuig

Net als in 2019 voert de Inspectie voor leefomgeving en Transport (ILT) eind 2020 en begin 2021 weer zwavelinspecties met een vliegtuig uit. Hiervoor werkt de inspectie samen met de Belgische kustwacht. Een klein en wendbaar vliegtuig, met speciale meetapparatuur aan boord, vliegt door de rookpluim van schepen op zee en stelt de hoeveel zwaveluitstoot vast.

©ILT

Van meting naar monstername

In 2019 zijn voor de ILT 18 vluchten uitgevoerd waarbij op zee de uitstoot van 445 schepen is gecontroleerd. Volgens deze metingen voeren 36 schepen (8%) op brandstof met een te hoog zwavelgehalte. Een meting op zee is echter niet voldoende om handhavend op te treden; daarvoor is een monstername van de brandstof in de haven nodig. Bij 4 schepen met bestemming Amsterdam of Rotterdam is de ILT aan boord gegaan om de brandstof te onderzoeken. Omdat de metingen op zee een hogere zwaveluitslag gaven dan de monsternames, volgden uiteindelijk geen sancties.

Internationale database

De ILT registreert schepen met een mogelijk te hoge zwaveluitstoot in een internationale database, net als buitenlandse toezichthouders. Zo zijn ook de schepen die niet naar een Nederlandse haven varen in beeld. Zij kunnen vervolgens in buitenlandse havens gecontroleerd worden. De registratie geeft de ILT en buitenlandse toezichthouders de kans gerichter en risico-gestuurd te inspecteren.

Verschillende meetmethoden

De inspectie meet op verschillende manieren het zwavelgehalte in de uitstoot en de brandstof van zeeschepen. Zo registreert de snuffelpaal in de havenmonding van Rotterdam een groot deel van de schepen die binnenlopen en vertrekken. Onder meer op basis van deze metingen, nemen inspecteurs monsters van de brandstof op zeeschepen. Voor de toekomst werkt de ILT aan nieuwe technieken om de zwaveluitstoot te meten met (super)drones en satellieten.

Zwavel inspectie