Spoorweginfrastructuur steeds beter

De kwaliteit van het spoor, onder andere spoortunnels, wissels, overwegen en treinbeveiligingsinstallaties voldoet steeds beter aan de onderhoudsnormen van ProRail. Dat concludeert de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) op basis van haar onderzoek in 2018 en begin 2019 naar de spoorweginfrastructuur in 5 contractgebieden.

96,3% voldoet aan de norm, waar dat bij de nulmeting in 2013 nog 85% was. Wel blijft de inspectie aandacht vragen bij ProRail voor het beheersen van de risico’s bij een klein percentage (0,5%) van de spoorobjecten. In deze gevallen wil de inspectie dat ProRail: altijd een risicoanalyse uitvoert en duidelijk maakt of (en onder welke voorwaarden) de betreffende infrastructuur veilig in gebruik kan blijven.

In totaal voldoet 96,3% van de onderzochte spoorobjecten aan de norm van ProRail. Dit betekent dat nagenoeg de gehele spoorweginfrastructuur in de 5 contractgebieden in goede staat is. 3,2% van de spoorobjecten voldoet niet aan de norm, maar is nog wel veilig. Deze overschrijdingen hebben geen gevolgen voor de spoorveiligheid. Wel kunnen deze overschrijdingen de levensduur van spoorobjecten verkorten omdat ze sneller slijten.

Bij 0,5% van de onderzochte objecten is de overschrijding van de norm dusdanig dat het de veiligheid raakt. De ILT trof echter nergens acuut onveilige situaties aan. Het overgrote deel van de spoorweginfrastructuur is goed. Wel vindt de ILT dat ProRail onvoldoende onderzoekt of (en onder welke voorwaarden) de betreffende infrastructuur veilig in gebruik kan blijven wanneer de veiligheidsnormen worden overschreden.

De ILT hield 4.000 inspecties in de contractgebieden: Hollands Noorderkwartier, Drenthe, Den Haag, Eemland en Limburg. Bij de nulmeting in 2013 voldeed 85% van de spoorweginfrastructuur in ons land aan de norm. Toen zijn de contractgebieden Gelre, Eemland, Zeeland, Rotterdam en de Betuweroute onderzocht.

Spoorweginfrastructuur steeds beter