ILT: weinig inzet voor terugdringen uitstoot zeer zorgwekkende stoffen

Bedrijven zetten zich onvoldoende in om de uitstoot van 76 zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) actief terug te dringen. Dat beeld schetst de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in een signaalrapportage naar aanleiding van vergunningaanvragen van vier bedrijven. Drie bedrijven zetten zich onvoldoende in om de uitstoot van de gevaarlijke stoffen te minimaliseren. De inspectie uit haar zorg dat bedrijven en bevoegd gezagen in de praktijk hier onvoldoende aandacht voor hebben. Staatssecretaris Van Veldhoven stuurt het signaal naar de Tweede Kamer.

In de signaalrapportage geeft de ILT aan geen volledig beeld te hebben, maar in de praktijk ziet de inspectie een groot risico voor mens en milieu. Want als bedrijven nu geen aanstalten maken om te voldoen aan de regels voor het verminderen van zeer zorgwekkende stoffen, dan is de kans groot dat er in de toekomst te veel risicovolle stoffen in het milieu terecht komen. Voor de 76 ZZS geldt (onder het Activiteitenbesluit) een overgangstermijn tot 2025 waarin voor deze stoffen gebruikt mogen worden onder ruimere emissiewaarden, mits de uitstoot bij gebruik tot een minimum wordt beperkt.

De ILT adviseert het bevoegd gezag bij het verlenen van WABO-vergunningen aan risicovolle bedrijven. Daarbij kijkt ze met prioriteit naar ZZS. Vanuit deze rol krijgt de ILT een beeld van hoe risicovolle bedrijven met ZZS omgaan. Dit is in de rapportage dus geen volledig beeld, omdat het beperkt is tot risicobedrijven die WABO-vergunningen aanvragen voor activiteiten waarbij ZZS een rol spelen.

Zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu omdat ze bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn, de voortplanting belemmeren of zich in de voedselketen ophopen. De Nederlandse overheid pakt ZZS met voorrang aan. Doel van het overheidsbeleid is om deze stoffen zoveel mogelijk uit de leefomgeving te weren.

Algemeen beeld