ILT beboet 103 vrachtwagenchauffeurs voor voertuigrust

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft in het eerste half jaar van dit jaar 103 boetes uitgeschreven aan chauffeurs die hun verplichte wekelijkse rust van minimaal 45 uur in de vrachtauto doorbrachten. De ILT handhaaft op het voertuigrust verbod dat sinds dit jaar van kracht is, na de uitspraak van het Europese Hof van Justitie. 

Transportbedrijven en zelfstandige chauffeurs zijn verplicht om voldoende rusttijd buiten de vrachtwagen te plannen; de weekenden doorbrengen in de vrachtauto is verboden. Chauffeurs moeten juist de gelegenheid krijgen om tijdens rustmomenten los te komen van de werkomgeving; dat gebeurt onvoldoende als de verplichte wekelijkse rust in het voertuig wordt doorgebracht. Naast de broodnodige rust en maaltijden moeten chauffeurs ook gebruik kunnen maken van goede sanitaire voorzieningen en hun voertuig veilig en op de daarvoor bestemde parkeerplaats kunnen stallen.

De uitspraak van het Hof moet zorgen voor een gelijk speelveld in Europa, zodat concurrentie tussen transportbedrijven mogelijk is, zonder dat dit leidt tot een verslechtering van de arbeidsomstandigheden. Want dat zou de veiligheid en de gezondheid van de chauffeur en medeweggebruikers in gevaar kunnen brengen. 

De ILT startte begin januari met het informeren van chauffeurs met folders in verschillende talen op alle grote verzorgingsplaatsen. Tijdens de maand februari controleerde de inspectie specifiek op het verbod. Daarna is de handhaving opgenomen in de reguliere vrachtvervoercontroles, tijdens weg- en bedrijfscontroles, als ook bijvoorbeeld controles op cabotage en overbelading. In het eerste half jaar van 2018 zijn 401 chauffeurs gecontroleerd.

Inmiddels zet de ILT ook aanvullende acties op. Zo is de inspectie in gesprek met de transportbranche, Rijkswaterstaat en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om het verbod op voertuigrust door te voeren. Centraal in deze overleggen staat de zorg voor chauffeurs. Door samen op te trekken wil de inspectie de aandacht richten op de arbeidsomstandigheden van –voornamelijk- Oost-Europese chauffeurs. Zij zijn vaak lange tijd van huis en brengen hun weekenden door in hun voertuigen op Nederlandse parkeerplaatsen.