Aantal meldingen van voorvallen met recreatieve drones toegenomen in 2016

Een spontaan in brand vliegende accu in de broekzak van een dronepiloot, drones die uit het zicht vliegen en kwijtraken en drones die te dichtbij passagiersvliegtuigen vlogen. Het zijn voorbeelden van voorvallen die gemeld zijn bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). In 2016 ontving de inspectie 4 keer zoveel meldingen met recreatieve drones als het jaar ervoor (15 in 2015, 64 in 2016). In de eerste vijf maanden van 2017 staat het aantal meldingen op 33. Dat blijkt uit het informatieblad “Voorvallen met recreatieve en beroepsmatige drones” dat een overzicht geeft van de bij de ILT binnengekomen meldingen. In werkelijkheid is het aantal voorvallen waarschijnlijk groter.

Recreatieve drones

De stijging houdt mogelijk verband met het stijgende dronegebruik onder recreanten. Precieze cijfers over het aantal recreatieve dronevliegers zijn er echter niet.

De grootste toename van voorvallen met recreatieve drones kwam via meldingen vanuit de bemande luchtvaart. Die zijn bijna allemaal gemeld door piloten die een drone in de buurt van hun toestel zagen. Meestal vlogen die drones op plekken en/of hoogtes waar dat niet mocht. Hierbij kwam het twee keer bijna tot een botsing.

Dat recreatieve gebruikers vaker in de fout gaan blijkt ook uit de stijging van het aantal processen-verbaal voor recreatieve gebruikers. In 2015 legde de politie 25 keer een proces-verbaal op waarvan 20 voor recreatieve dronegebruikers. In 2016 gebeurde dat 38 keer, waarvan 33 voor recreatieve dronegebruikers. 

Toezicht van de inspectie leidt per jaar tot ongeveer 10 waarschuwingen aan bedrijven die zonder of in strijd met hun vergunning opereren. Bij nacontrole blijken de bedrijven hun gedrag te hebben aangepast.

Beroepsmatige drones

Bij beroepsmatige drones bleef in 2016 het aantal voorvalmeldingen nagenoeg gelijk. Wel veranderde de aard van de voorvallen ten opzichte van 2015. Zo waren gemelde voorvallen minder het gevolg van technische storingen, maar meer van stuurfouten. Ook werd in 2016 10 keer gemeld (tegenover 1 keer in 2015) dat bemande luchtvaart in speciale vlieggebieden voor drones vloog en daarmee vooral zichzelf in gevaar bracht.

De voorvalmeldingen van de beroepsmatige dronegebruikers komen van ROC-vergunninghouders, veelal over drones zwaarder dan 4 kilo. Vanuit de groeiende groep minidronevliegers voor drones lichter dan 4 kilo (ROC-lightvergunning), heeft de inspectie geen meldingen ontvangen. Door middel van voorlichting wil de inspectie de meldplicht onder deze groep meer onder de aandacht brengen.

Voor meer informatie zie Informatieblad ABL: Voorvallen met recreatieve en beroepsmatige drones