Verordening (EG) 2002/15
De 48-urige werkweek komt voort uit de Europese richtlijn 2002/15/EG (arbeidstijdenrichtlijn wegvervoer). In Nederland zijn de regels uit de richtlijn opgenomen in nationale wetgeving: het Arbeidstijdenbesluit vervoer. De 48-urige werkweek is van toepassing op bestuurders van voertuigen met een laadvermogen van meer dan 500 kg.
De 48-urige werkweek betekent dat een (beroeps)chauffeur in het goederen- en personenvervoer een gemiddelde wekelijkse arbeidstijd van 48 uur heeft. De gemiddelde wekelijkse arbeidstijd wordt berekend over een aaneengesloten periode van 26 weken. Daarbij is een arbeidstijd van 60 uur per week de absolute bovengrens.
Toepassing regeling
De regeling geldt voor (beroeps)chauffeurs die werkzaam zijn in het wegvervoer en op een voertuig rijden met een laadvermogen van meer dan 500 kg. In de Europese Commissie is tevens het besluit genomen over de 48-urige werkweek voor de zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Dit besluit leidt direct tot een 48-urige werkweek voor de zzp’ers met terugwerkende kracht vanaf maart 2009.
NB: de rij- en rusttijden gelden voor iedereen natuurlijk wel!
Arbeidstijd
Met arbeidstijd wordt de periode bedoeld tussen het begin en het einde van werk, waarin de werknemer op het werk is of ter beschikking staat van de werkgever en de werknemer zijn taken of activiteiten uitvoert. Deze activiteiten zijn met name:
- rijden;
- laden en lossen;
- toezichthouden op het in- en uitstappen van passagiers;
- schoonmaken en technisch onderhoud;
- alle andere werkzaamheden om de veiligheid van het voertuig, de lading of de passagiers te verzekeren, dan wel om te voldoen aan de wettelijke of bestuursrechtelijke verplichtingen die direct met het specifieke vervoer in kwestie verband houden met inbegrip van toezicht op het laden en lossen, afwikkeling van administratieve formaliteiten bij de politie, de douane, de immigratieautoriteiten, enzovoorts.
Onder arbeidstijd vallen ook de periodes waarin de werknemer niet vrijelijk over zijn tijd kan beschikken en op de werkplek moet blijven, gereed om aan het werk te gaan, en daarbij belast is met bepaalde aan die dienst verbonden taken. Hier gaat het vooral om wachttijden bij laden of lossen wanneer vooraf niet bekend is hoe lang dit gaat duren. Vooraf wil zeggen: vóór het vertrek of net vóór het daadwerkelijk begin van de betreffende periode.
Pauzes, rusttijden en beschikbaarheidstijd worden niet meegerekend als arbeidstijd.
NB: het begrip arbeidstijd in de richtlijn en in het Arbeidstijdenbesluit-vervoer is niet hetzelfde als het begrip (betaalde) diensttijd in de zin van een CAO. Beschikbaarheidstijd komt in beginsel wel in aanmerking voor betaling, maar wordt buiten beschouwing gelaten bij het optellen van de arbeidsuren voor de bepaling van de maximale en gemiddelde arbeidstijd.
Beschikbaarheidstijd
Met beschikbaarheidstijd (voorziene wachttijd) worden andere perioden dan pauzes of rusttijden bedoeld. De werknemer hoeft niet op de werkplek aanwezig te zijn, maar moet wel beschikbaar zijn om gehoor te geven aan eventuele oproepen om de rit te beginnen of te hervatten of andere werkzaamheden uit te voeren.
Beschikbaarheidstijd is bijvoorbeeld de periode waarin de werknemer met het voertuig op een veerboot of trein aanwezig is. Ook de wachttijden aan de grenzen worden gezien als beschikbaarheidstijd. Bij beschikbaarheidstijd kan de duur vooraf bekend zijn of niet. Is de beschikbaarheidstijd vooraf bekend, dan wordt dit niet als arbeidstijd gerekend. Is de beschikbaarheidstijd vooraf niet bekend, zoals een wachttijd voor het laden of lossen, dan wordt dit wel als arbeidstijd gerekend.
NB: de tijd, die mobiele werknemers die in een ploegendienst, gedurende de rit naast de bestuurder of in de slaapcabine doorbrengen wordt als beschikbaarheidstijd aangemerkt.
Meer informatie