Ga naar hoofdmenu / zoekveld

  1. Home 
  2. Onderwerpen 
  3. Leefomgeving 
  4. Wonen 
  5. Statushouders en gepardonneerden 
  6. Verblijfsgerechtigden/statushouders

Wonen

Verblijfsgerechtigden/statushouders

Statushouders zijn vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daarmee recht hebben op huisvesting. Elke Nederlandse gemeente heeft de taak om elk half jaar een bepaald aantal verblijfsgerechtigden te huisvesten. Provincies en WGR-plusregio’s (Wet Gemeenschappelijke Regelingen) zien toe op het tijdig en in voldoende mate beschikbaar komen van woningen. De Inspectie Leefomgeving en Transport monitort dit en ondersteunt deze eerstelijnstoezichthouders.

Alle gemeenten samen moeten jaarlijks zo’n 9000 vluchtelingen met een verblijfsvergunning huisvesten. Deze statushouders verblijven tot dat moment in centrale opvang. Dat is een kostbare voorziening. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de opvang van deze nieuwkomers. Opvang start gewoonlijk met het aanbieden van woonruimte, meestal van corporaties.

Daarnaast zijn ook inburgering, scholing, welzijn en werkgelegenheid belangrijke lokale aandachtspunten. Hoe eerdere gehuisvest in een gemeente, des te eerder een volwaardige deelname aan de maatschappij. Medio 2010 is de Taskforce Thuisgeven ingesteld om de uitstroom uit de centrale opvang te versnellen.

Rol VROM-Inspectie

De rol van de Inspectie Leefomgeving en Transport is toezicht houden op de inspanningen die de provincies en WGR-plusregio’s moeten leveren. De Inspectie Leefomgeving en Transport beoordeelt hun prestaties tweemaal per jaar. Als huisvesting niet snel genoeg plaatsvindt, kan de Inspectie Leefomgeving en Transport op kosten van de andere overheden in de huisvesting voorzien. De inspectie adviseert de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) over eventueel te nemen maatregelen.

Verder ondersteunt de Inspectie gemeenten en provincies door het ontwikkelen, verzamelen en uitdragen van goede voorbeelden. In 2007 is een handreiking voor gemeenten en toezichthouders gemaakt. Medio 2009 bracht de inspectie een brochure uit over de huisvesting van alleenstaande verblijfsgerechtigden. Deze groep moet op de gemeentelijke woningmarkt concurreren met de vele andere alleenstaanden die woonruimte nodig hebben.

Naleving

Het landelijk saldo van de taakstellingen en de realisatie varieert. In 2001 was er een achterstand van 8000 personen. Vanaf 2003 heeft de inspectie de provincies en WGR-plusregio’s met achterblijvende gemeenten gewezen op hun verantwoordelijkheid. Op 1 juli 2008 was de achterstand geslonken naar nog maar 247 personen.

Deze is echter weer opgelopen: op 1 januari 2009 ging het om 990 personen, op 1 juli 2009 om 1605, op 1 januari 2010 om 2035 personen, op 1 juli 2010 om 2194 personen en in 1 januari 2011 om 2554 nog te huisvesten personen..
Op 1 januari 2011 hadden 107 van de 430 gemeenten (25%) aan hun taakstellingen voldaan en zelfs 1404 personen méér gehuisvest. De andere 323 gemeenten liepen samen 3858 te huisvesten verblijfgerechtigden achter.

Eind 2010 lopen er nog procedures in de provincies Drenthe, Zeeland, Fryslan. De provincies Groningen, Limburg, Utrecht en Zuid-Holland vragen eveneens aandacht.

Meer informatie

Hoofdmenu