Milieu
Toezicht buisleidingexploitanten
De ILT voert namens de minister van Infrastructuur en Milieu het (eerstelijns)toezicht uit op de leidingexploitanten. Dit is een taak die in de voorgaande jaren zonder expliciete wetgeving werd vormgegeven. Inmiddels is op 1 januari 2011 het Besluit ‘Externe veiligheid buisleidingen’ met de bijbehorende regeling in werking getreden.
Reikwijdte
De leidingen die onder de AMvB vallen zijn allemaal on-shoreleidingen die buiten de inrichtingen liggen. Ze kunnen verdeeld worden in zogenoemde productie- en transportleidingen. De productieleidingen zijn leidingen die nu veelal onder de Mijnwet vallen. Op basis hiervan heeft Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) een wettelijke taak met bijbehorende bevoegdheden. In Nederland zijn ongeveer 40 leidingexploitanten actief.
Normenkader
In de AMvB wordt aangesloten op de zelfregulering in de branche. Deze zelfregulering sluit aan op de recent door de branche ontwikkelde norm voor een risicomanagementsysteem (RMS) voor transportbuisleidingen; de NTA 8000:2009. Deze branchenorm is een nadere uitwerking van de NEN-norm 3650: 2003 hoofdstuk 10 (bedrijfsvoering).
In de AMvB is voor de exploitanten de verplichting opgenomen om een RMS in te voeren. In dit RMS is het gevoerde beleid ter voorkoming van ongewone voorvallen vastgelegd. In het besluit zijn de elementen aangegeven die in het RMS moeten zijn opgenomen. Dit sluit aan bij de genoemde normen. Naast deze elementen voegt de AMvB enkele aanvullende eisen toe. Zo moeten bijvoorbeeld de plaatsgebonden risico(PR)-knelpunten binnen drie jaar zijn gesaneerd. Ook staan er enkele meldingsverplichtingen in de AMvB, voor de praktische invulling daarvan is een aparte brief gezonden. (zie onder publicaties).
Toezicht
Het toezicht wordt uitgevoerd door een team dat bestaat uit medewerkers van SodM en ILT: het Team Buisleidingen Toezicht (TBT). De ILT zal toetsen op (de belangrijkste elementen uit) de NEN 3650 en de NTA 8000. Omdat de NTA-systematiek ook in de AMvB wordt aangehaald is de feitelijke benadering van de ILT in overeenstemming met het toetsingskader uit de AMvB.
De doelgroep is met de quick-scan in 2006 grotendeels in beeld gebracht. Vanaf 2007 wordt bij alle leidingexploitanten op de meer risicovolle onderwerpen een verdiepingsaudit uitgevoerd. Daarnaast is in 2009 een themaonderzoek naar kathodische bescherming van de ondergrondse leidingen uitgevoerd (zie daarvoor de rapportages onder Publicaties).
Met het van kracht worden van het Bevb per 1 januari 2011 zijn de verdiepingsaudits onder de naam ‘Dieper graven’ afgerond. Het derde en laatste rapport beslaat het jaar 2010. Afrondend kan over deze periode worden gesteld dat er veel inzicht is verkregen in de (door)werking van het Bevb. Voor een meer inhoudelijke conclusie wordt verwezen naar het laatste rapport.
Ook vormen incidenten een belangrijk aandachtspunt. Deze moeten worden gemeld aan de ILT. In bepaalde gevallen zal de ILT een nader onderzoek instellen naar de oorzaken van het incident en aanbevelingen doen voor de gehele branche ter verdere verbetering van de beheerstaak.
Systeemgericht Toezicht
In de wijze van toezicht zal gebruikt worden gemaakt van de zorgsystemen die bij de leidingexploitanten aanwezig zijn. In dat kader wordt gezamenlijk met de branche gekeken naar het kunnen vormgeven van systeemgericht toezicht. Ter verkenning zijn hiervoor diverse pilotbezoeken uitgevoerd. Deze informatie is gebruikt bij de ontwikkeling van een self assessment tool. Met deze tool kunnen de leidingexploitanten zelf beoordelen of de naleving van de wettelijke eisen in voldoende mate is geborgd. De resultaten van deze self assessment in de vorm van een presentatie is te vinden onder ‘publicaties’. In 2011 zal een vernieuwde self assessment worden aangeboden.
Meer informatie